Someone writing"Blog" on a paper with a fountain pen.
Job dismissal notice is on computer keyboard

Wet Arbeidsmarkt in Balans (WAB)

Op 28 mei 2019, ruim drie jaar na de invoering van de Wet werk en zekerheid (WWZ), stemde de Eerste Kamer in met de Wet arbeidsmarkt in balans (WAB). Een nieuwe wet die de arbeidsmarkt beter moet gaan reguleren en het in dienst nemen en houden van werknemers op basis van een vast dienstverband aantrekkelijker moet maken. De wet verandert het ontslagrecht en het flexrecht. Er wordt een aantal belangrijke, nieuwe wijzigingen doorgevoerd die ingaan op 1 januari 2020. De belangrijkste veranderingen zijn:

INTRODUCTIE VAN DE CUMULATIEGROND (ARTIKEL 7:669 LID 3 SUB i BW)

In de WWZ is vastgelegd op welke gronden een arbeidsovereenkomst kan worden beëindigd. Aan deze zogenoemde “redelijke gronden” moet volledig worden voldaan. Een bedrijf moet dan ook aantonen dat het financieel erg slecht gaat en een werkgever moet aantonen dat de werknemer verwijtbaar handelt. Het combineren van twee of meer ontslaggronden is niet toegestaan. Dit blijkt in de praktijk lastig aantoonbaar te zijn voor werkgevers.
In de Wet arbeidsmarkt in balans komt een extra ontslaggrond. Het wordt mogelijk gemaakt om een aantal ontslaggronden te combineren, met uitzondering van de UWV-ontslaggronden (bedrijfseconomische redenen, langdurige arbeidsongeschiktheid) en werkweigering wegens gewetensbezwaren. Werkgevers kunnen hierdoor makkelijker een arbeidsovereenkomst door de rechter laten ontbinden. Indien de werkgever de cumulatiegrond gebruikt dient aan de werknemer een extra vergoeding bovenop de transitievergoeding toegekend te worden ter hoogte van maximaal de helft van de transitievergoeding.

WIJZIGING TRANSITIEVERGOEDING

Volgens de nu geldende WWZ ontvangt iedere werknemer een transitievergoeding indien hij 24 maanden of langer in dienst is geweest. Vanaf 1 januari 2020 heeft iedere werknemer vanaf de eerste werkdag recht op een transitievergoeding, dus ook als de arbeidsovereenkomst al binnen de proeftijd op initiatief van de werkgever wordt beëindigd. Ook wordt de transitievergoeding dan op dezelfde manier berekend voor alle werknemers, ongeacht de lengte van de arbeidsovereenkomst, dienstjaren, leeftijd en bedrijfsgrootte.

FLEXIBELE ARBEID

Bij inwerkingtreding van de WAB krijgen werknemers met een flexibel contract (zoals een oproepovereenkomst) meer rechten en wordt flexwerk voor de werkgever duurder gemaakt.

KETENREGELING

Nu mag een werkgever maximaal drie arbeidsovereenkomsten voor bepaalde tijd sluiten in een periode van maximaal twee jaar. Daarna is automatisch een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd ontstaan.
Vanaf 1 januari 2020 wordt de termijn van twee jaar weer verruimd naar drie jaar. De onderbreking van zes maanden geldt nog steeds. Wel is het mogelijk om dit in de cao aan te passen naar drie maanden bijvoorbeeld bij seizoensarbeid.

PAYROLLING

De payrollmedewerker krijgt recht op dezelfde arbeidsvoorwaarden als de werknemers die in eenzelfde functie werkzaam zijn bij de opdrachtgever/inlener. Ook krijgt de payrollmedewerker recht op een (adequaat) pensioen. Dit pensioenrecht gaat pas op 1 januari 2021 in.

WW-PREMIEDIFFERENTIATIE

Door een nieuwe landelijke WW-premieregeling gaan alle werkgevers een lagere premie betalen voor werknemers met een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd.

studerende-jongeren-1200×600

Wat is onderwijsrecht?

(vervolg van de homepage) De hoeveelheid wet- en regelgeving op het gebied van het onderwijs is zeer omvangrijk. Specifieke, belangrijke wetten zijn:

  • Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek
  • Wet educatie en beroepsonderwijs
  • Wet op het voortgezet onderwijs
  • Wet op het primaire onderwijs
  • Wet op het onderwijstoezicht
SPECIFIEKE ONDERWIJSRECHTELIJKE VRAAGSTUKKEN:
  • Oprichting en stichting van onderwijsinstellingen.
  • Medezeggenschap op scholen, geregeld in de Wet medezeggenschap op scholen (Wms).
  • Gelijkebehandelingswetgeving, met name van belang in het aannemingsbeleid van scholen met een godsdienstige, levensbeschouwelijke of politieke grondslag.
  • Benoeming en ontslag van onderwijspersoneel.
  • Toelating, verwijdering en schorsing van leerlingen en studenten.
  • Toetsing en examinering.
  • Bekostiging.
  • Huisvesting.
  • Leerplicht en vrijstelling daarvan.
  • Governance.

Betrokken partijen zijn de verschillende soorten onderwijsinstellingen, medezeggenschapsraden, het bevoegd gezag, werknemers en werkgevers in het onderwijs, leerlingen, studenten en andere deelnemers in de onderwijssector (zoals bijvoorbeeld examencommissies, Commissies van Beroep en Geschillencommissies).